VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

ING stapt over op een andere rendementsmaatstaf. De wijziging lijkt marginaal, maar is het niet. Door voortaan een nieuw rendementscijfer te rapporteren, kan ING zijn prestaties gunstiger voorspiegelen, terwijl het onderliggende rendement feitelijk niet verandert. Dat vraagt om extra scherpte van beleggers.

Hoeveel rendement haalt een bank op de door beleggers toevertrouwde middelen? Dit rendement op het eigen vermogen (ROE) is vaak één van de eerste cijfers waar een belegger naar zoekt in de cijferpresentaties van bancaire instellingen.

Ook voor ING is de ROE, de winst gedeeld door het eigen vermogen, een belangwekkend kerncijfer. Halverwege 2025 gaf CEO Steven van Rijswijk nog aan “goed op weg te zijn naar de ROE-doelstelling van 14 procent in 2027”.

De bank gaat het in dit opzicht over een andere boeg gooien. Bij de presentatie van de jaarcijfers maakte bestuursvoorzitter Steven van Rijswijk bekend over te schakelen op de zogenoemde return on tangible equity (ROTE), oftewel het rendement op het ‘tastbare’ eigen vermogen.

Voor beleggers vraagt dit soort wijzigingen om extra alertheid. Wie prestaties vergelijkt zonder goed te kijken naar de onderliggende definitie, loopt het risico verkeerde conclusies te trekken.

Dezelfde teller, andere noemer
Op het eerste gezicht lijken ROE en ROTE sterk op elkaar. In beide varianten staat de behaalde nettowinst in de teller van de breuk. Het verschil zit ‘m in de noemer. Bij de ‘klassieke’ ROE wordt de winst afgezet tegen het totale eigen vermogen, terwijl bij ROTE immateriële activa uit het eigen vermogen worden verwijderd. Denk hierbij aan balansposten als goodwill, merknamen en geactiveerde IT-systemen.

Niet elke balanspost is even relevant voor het rendement van vandaag. Immateriële activa zijn vaak een erfenis uit het verleden. Meestal komen ze voort uit overnames, al dan niet uit een ver verleden.

Door deze ‘zachte’ posten van het eigen vermogen af te trekken, menen voorstanders van dit verhoudingsgetal dat het rendement van een bank zuiverder wordt gepresenteerd omdat deze minder wordt beïnvloed door historische acquisities of boekhoudkundige keuzes.

Ook nu al fungeert de ROTE bij veel banken en analisten als referentiepunt. Niet omdat de maatstaf per definitie beter is, maar omdat zij verschillen in balansstructuur gedeeltelijk neutraliseert.

Rendement zonder digitaal fundament
Niks aan de hand, zou je zeggen. Maar toch wringt de nieuwe keuze van ING enigszins. De niet-tastbare activa van ING bestaan grotendeels uit zelf ontwikkelde software. Dat is geen restpost, maar een kernonderdeel van het verdienmodel.

Sinds de eeuwwisseling deed ING nauwelijks grote overnames. Pas vorig jaar breidde het voorzichtig uit door zich voor twintig procent in te kopen bij vermogensbeheerder Van Lanschot Kempen. Dit leidde niet tot boekhoudkundige goodwill omdat het een minderheidsbelang betreft.

Het gevolg is dat de immateriële activa van ING van circa 1,5 miljard euro inmiddels voor bijna zeventig procent uit geactiveerde software-investeringen bestaat. Een deel van deze IT-uitgaven komt niet direct als kosten in de winst-en-verliesrekening. ING activeert ze als investering op de balans, en schrijft ze daarna binnen vijf jaar af. Momenteel investeert ING jaarlijks ruim 300 miljoen euro in dit soort ‘zachte’ activa.

Dat is geen toeval. Bankieren is in rap tempo gedigitaliseerd. Klantcontact, betalingsverkeer en risicomanagement verlopen grotendeels via door de bank zelfgebouwde platforms en systemen. ING profileert zich bovendien steeds nadrukkelijker als technologie-gedreven bank.

Juist tegen die achtergrond voelt het vreemd om de investeringen in digitalisering buiten beschouwing te laten in de noemer van de nieuwe rendementsberekening.

Immateriële activa van ING bestaat grotendeels uit software

Bron: Rapportages ING en analyse VEB. Bedragen in miljoenen euro.

Toenemend verschil in rendement
Het gebruik van ROTE betekent dat ING wél de opbrengsten uit haar software-infrastructuur meeneemt in de winst, maar het bijbehorende kapitaal weglaat uit de noemer. Hoewel een deel van de IT-investeringen via afschrijvingen in de winst terugkomt, valt het rendement per saldo hoger uit.

En dat effect is voorzichtig zichtbaar, al is het nog beperkt. Over 2025 bedraagt het verschil tussen de ROTE en de ROE 0,4 procentpunt. De totale immateriële activa bedragen immers minder dan 2 miljard euro, tegenover een eigen vermogen van circa 48 miljard euro.

Maar dat beeld kan op termijn veranderen. Banken investeren structureel meer in digitalisering, cybersecurity en data-infrastructuur. Die investeringen komen op de balans terecht (geactiveerd als immaterieel actief) en behelzen een steeds groter deel van het totale vermogen van ING. Dat maakt dat de ROTE steeds gunstiger gaat afsteken bij de normale ROE.

Dat proces is nu al zichtbaar. De kloof tussen ROE en ROTE is de afgelopen vijf jaar geleidelijk groter geworden.

Verschil tussen ROE en ROTE loopt steeds verder op

Bron: Rapportages ING en analyse VEB.

Prettig rendement, op papier
De overstap van ING naar ROTE onderstreept hoe belangrijk definities zijn bij het beoordelen van bankprestaties. Binnen één onderneming kan een wijziging in rapportage al tot een ander beeld leiden, waardoor vergelijkingen met eerdere jaren appels met peren worden.

Dat geldt bij ING in het bijzonder. Waar ROTE bedoeld is om balansen beter vergelijkbaar te maken, pakt die maatstaf bij een sterk gedigitaliseerde bank juist vertekenend uit. De omvangrijke software-investeringen worden immers niet meegenomen in de berekening van het kapitaal, terwijl zij wel een centrale rol spelen in het verdienmodel.

De nieuwe meetlat levert ING op papier een hoger rendement op. Het onderliggende rendement verandert niet. Alleen de presentatie verandert.

Wat viel verder op in de jaarcijfers van ING?

•    De totale inkomsten van ING stegen in 2025 naar 23 miljard euro, een groei van circa twee procent op jaarbasis. Vooral de fee-inkomsten namen sterk toe en groeiden met vijftien procent tot 4,6 miljard euro. De bank blijft nadrukkelijk inzetten op verdere verbreding van het verdienmodel, om minder afhankelijk te worden van rentebaten.

•    De nettowinst kwam over heel 2025 uit op 6,3 miljard euro, vrijwel gelijk aan 2024. In het vierde kwartaal steeg de winst zelfs met ruim twintig procent ten opzichte van een jaar eerder, met name dankzij stabiel blijvende operationele kosten.

•    De CET1-ratio bedroeg eind 2025 circa 13,1 procent, ongeveer gelijk aan de doelstelling van 13 procent. In deze kernkapitaalratio zat de positieve impact van twee zogenoemde risk transfer-transacties, die het buffervermogen pro forma met circa 0,14 procentpunt versterkten. Bij zulke constructies draagt de bank een deel van het kredietrisico over aan externe partijen, waardoor ING zelf minder eigen vermogen hoeft aan te houden en er wat meer ruimte kan ontstaan voor uitkeringen aan aandeelhouders.

•    ING verhoogde zijn vooruitzichten voor de komende jaren. Voor 2027 mikt de bank op een rendement op tastbaar eigen vermogen (ROTE) van meer dan 15 procent. Voor 2026 ligt de doelstelling op boven de 14 procent.

•    Voor beleggers is het rendement op eigen vermogen een belangrijke maatstaf. Die bepaalt in grote mate de waardering van een bank op de beurs. Zolang het rendement onder het vereiste niveau ligt, handelt een bank onder de boekwaarde. Bij ING ligt die lat rond de 12 procent, zo berekende de VEB eerder.

•    Op de beurs loopt het vertrouwen van beleggers inmiddels vooruit op nog betere tijden. Sinds begin 2025 steeg het aandeel van 15 naar 25 euro (market cap nu zo’n 75 miljard euro), terwijl de boekwaarde van het eigen vermogen (circa 50 miljard euro) vrijwel gelijk bleef. De koers-boekwaardeverhouding (P/B) staat daarmee op 1,5. Dat is het hoogste niveau sinds de kredietcrisis.





Gerelateerde artikelen